Beroepsprofiel Osteopathie

De Osteopathie omschreven door de World Health Organisation (WHO),  klik hier.

Het Beroepsprofiel Osteopathie weergegeven in kerncompetenties door de Nederlandse Osteopathie Federatie (NOF)

BEROEPSPROFIEL OSTEOPATHIE

 

Inhoud:

Voorwoord

I.     HET BEROEP OSTEOPAAT

1.1.  Inleiding

1.2.  Osteopathie als beroep

1.3.  Arbeidsterrein

1.4.  Bescherming en tuchtrecht

  1. OPLEIDING, KENNIS EN VAARDIGHEDEN
    • Inleiding
    • Medische kennis

2.3.  Kennis complementaire geneeswijzen

2.4.  Filosofie en Psychologie

2.5.  Bij- en nascholing

2.6.  Taakgebieden van de osteopaat

2.7.  Beperkingen van het beroep

  1. WIJZE VAN BEROEPSUITOEFENING

3.1.  Plaats van de osteopathie in de gezondheidszorg

3.2.  Uitgangspunten van de osteopathie

3.3.  Werkwijze van de osteopaat

3.4.  Plaats in de maatschappij

3.5. Preventie

3.6.  Verwijzing

  1. 4. SAMENVATTING VAN DE GEDRAGSREGELS

4.1.  Verantwoordelijkheden

4.2.  Integriteit

4.3.  Kwaliteit

4.4.  Privacy

4.5.  Objectiviteit

4.6.  Contacten met collegae

4.7.  Relatie met de patiënt

  1. BEROEPSSPECIFIEKE REGELS

5.1.  Het osteopatisch handelen

5.2.  De praktijkvoering

5.3.  De relatie osteopaat – patiënt.

 Bijlage I

Opsomming van de kennis en vaardigheden van de osteopaat

Bijlage II

Visie op ziekte en gezondheid

     BEROEPSPROFIEL OSTEOPATHIE

  

     Voorwoord

Het beroepsprofiel geeft duidelijkheid over de opdracht en de verantwoordelijkheden die de osteopaat vrijwillig op zich heeft genomen. Het profiel is daarmee een middel voor de legitimatie en profilering van het beroep.

Het profiel onderscheidt de professie van osteopaat van andere beroepen in de gezondheidszorg en geeft tegelijk de wijze aan waarop de osteopaat zich met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg verbonden voelt. Daarnaast stimuleert het beroepsprofiel de verdere beroepsontwikkeling en bevordert het de verbondenheid tussen de osteopaten.

De examens osteopathie bestaan uit:

  • Schoolexamen van alle afzonderlijke vakken
  • Casuïstiekexamen
  • Thesis en verdediging

Zie reglementen eindexamen osteopathie.

Wanneer de thesisverdediging met voldoende is afgesloten verkrijgt men het recht de letters D.O. (Diploma in de Osteopathie) achter de naam te plaatsen.

De titel “osteopaat D.O.” mag alleen worden gevoerd door personen die in een register zijn bijgeschreven, nadat zij de examens hebben afgelegd en een thesis met goed gevolg hebben verdedigd.

In verband met de leesbaarheid van de tekst van dit beroepsprofiel wordt steeds de mannelijke vorm gebruikt. Hiermee wordt zowel de mannelijke als de vrouwelijke osteopaat bedoeld.

  • In hoofdstuk I wordt het beroep osteopaat en haar taakgebieden kort beschreven en wordt het begrip osteopathie gedefinieerd.
  • Hoofdstuk 2 geeft aan over welke kennis een osteopaat beschikt en welke opleiding daarvoor is gevolgd. Een gedetailleerde opsomming van de vaardigheden van een osteopaat, zijn opgenomen in bijlage I.
  • Hoofdstuk 3 beschrijft de wijze van beroepsuitoefening, de uitgangspunten, de werkwijze en de plaats van de osteopaat in de gezondheidszorg. De osteopathische visie op ziekte en gezondheid is weergegeven in bijlage II.
  • Hoofdstuk 4 geeft een samenvatting van de gedragsregels voor de osteopaat.
  1. Het beroep osteopaat

 1.1. Inleiding

Osteopathie is een manuele, diagnostische en therapeutische benadering van weefselmobiliteit in het algemeen, voor zover deze weefselmobiliteit betrokken is bij het ontstaan of het in stand houden van ziekte.

De filosofie van de osteopathie betreft een concept, waarbinnen drie principes het

fundament vormen:

  1. Het menselijk lichaam is een eenheid.
  2. Structuur en functie bezitten een wederzijdse relatie.
  3. Het menselijk lichaam bezit zelfregulerende krachten.

Een gedetailleerde beschrijving van deze principes is opgenomen in paragraaf 3.2.

Osteopathie is een manuele geneeswijze, die is gebaseerd op wetenschappelijke kennis en inzichten en wordt uitgeoefend door gediplomeerde practici. Osteopathie neemt binnen de manuele therapieën een aparte plaats in, omdat:

  • niet enkel het bewegingsapparaat wordt onderzocht en behandeld, maar het gehele Iichaam (pariëtaal, visceraal en craniaal) bij diagnostiek en therapie betrokken wordt.
  • de osteopaat in zijn vijfjarige beroepsopleiding een voor hem specifieke en verfijnde tastzin heeft ontwikkeld, waardoor hij in staat is minieme bewegingen in de lichaamsweefsels te voelen, te interpreteren en te behandelen

Het doel van de osteopathie is het opsporen van de primaire oorzaak van de klacht en vervolgens de lichaamsfuncties te herstellen. Hierbij worden de natuurlijke regeneratie- of herstelmogelijkheden van het lichaam gestimuleerd, door het herstel van de optimale, functionele beweeglijkheid van alle weefsels, voor zover deze bijdragen aan de genezing.

1.2. Osteopathie als beroep

Een osteopaat is een persoon die zich door studie heeft bekwaamd in de osteopathische toepassing van de kennis van de hedendaagse wetenschap. Door een proeve van bekwaamheid heeft hij aangetoond over de hiervoor bedoelde kennis te beschikken en de verworven kennis zowel curatief als preventief dienstbaar te maken aan de genezing van zijn medemens.

Dit beroepsprofiel betreft een therapeut die zich professioneel richt op de osteopathie. Hij velt zelfstandig een oordeel en behandelt op basis van algemene en systematische kennis, theoretisch gefundeerde methoden en technieken, verworven via een opleiding, in het belang van zijn patiënten.

De zelfstandigheid van het beroep osteopaat is toepasbaar op het handelen (deskundigheid, diagnostiek, veiligheid, zorgvuldigheid), op de attitude (respect, informatieoverdracht, vertrouwensrelatie en verantwoordelijkheid) en op de organisatie (doelmatigheid, bescherming, klachtenrecht) van de osteopaat.

1.3. Arbeidsterrein 

De osteopaat is werkzaam in de eerstelijns gezondheidszorg. In het algemeen is de osteopaat een zelfstandig beroepsbeoefenaar die een eigen praktijk heeft, al dan niet in een samenwerkingsverband met andere behandelaars. Voor vele osteopaten zijn de therapeutische activiteiten een volledige dagtaak; anderen zijn slechts een deel van hun tijd als osteopaat werkzaam, doch altijd meer dan 10 uur per week.

Voor het bezoek aan een osteopaat is geen verwijzing nodig van een huisarts of specialist. De osteopaat werkt zo mogelijk wel samen met artsen, specialisten en/of andere disciplines in de gezondheidszorg, voor zover de patiënt hiervoor toestemming geeft.

De osteopaat claimt niet volledig te zijn op alle terreinen van gezondheid en ziekte.

De osteopaat is echter wel werkzaam op het totale terrein van gezondheid en ziekte. Dat wil zeggen dat de osteopaat zich niet beperkt tot een bepaald deelterrein van de gezondheidszorg, met dien verstande dat de osteopaat niet bevoegd is tot het uitvoeren van aan artsen voorbehouden handelingen.

Daarnaast is de osteopaat wel volledig zelfstandig in zijn beroepsuitoefening. De osteopaat is in staat zijn beroep zowel in diagnostische als in therapeutische zin uit te oefenen en te evalueren. De osteopaat kent hiertoe niet alleen de mogelijkheden van zijn beroep, maar ook de grenzen ervan.

De deskundigheid en de verantwoordelijkheid van de osteopaat worden geconcretiseerd op de aspecten van het methodisch-technisch handelen, de kwaliteit van de attitude van de beroepsbeoefenaar en de kwaliteit van de organisatie van de beroepsuitoefening. Deze aspecten zijn beschreven in de kwaliteitseisen van het NOF.

Om de kwaliteit en de verantwoordelijkheid van het beroep Osteopathie te blijven waarborgen is de osteopaat verplicht zijn kennis en vaardigheden op peil te houden. 

1.4. Bescherming en tuchtrecht 

De bescherming ten aanzien van de kwaliteit van het methodisch-technisch handelen, de kwaliteit van de beroepsbeoefenaar en de kwaliteit van de organisatie van de beroepsuitoefening, zijn volgens de in het CAG-rapport (Commissie Alternatieve Geneeswijzen, 1990) gestelde eisen vastgelegd door de Nederlandse Osteopathie Federatie. (NOF) . Deze instantie draagt onder andere zorg voor de toepassing van het tuchtrecht.

Aan de registratie zijn een aantal eisen verbonden zoals:

  • eisen met betrekking tot de praktijkruimte;
  • verplichte jaarlijkse bij- en nascholing;
  • minimale arbeidsduur van de osteopaat;
  • regels voor rapportage aan collegae, artsen, ziekenhuizen en andere instelling in de gezondheidszorg;
  • het naleven van de beroepscode: gedragsregels en ethiek met betrekking tot het beroep osteopaat.

Osteopaten kunnen bovendien aangesloten zijn bij de Nederlandse Vereniging voor Osteopathie (NVO). Deze vereniging behartigt de belangen van de aangesloten osteopaten.

Daarnaast kent de Nederlandse Osteopathie Federatie een eigen klachtenreglement en een eigen tuchtrecht.

 2. Opleiding, kennis en vaardigheden

 2.1. Inleiding 

De osteopaat verkrijgt de symptomen uit een uitgebreide anamnese van de patiënt en door eigen aanvullend onderzoek. Hij moet in staat zijn de symptomen te herkennen en te herleiden tot de causale gebeurtenis. Op basis van zijn waarnemingen komt de osteopaat zelfstandig tot een diagnose en therapieplan. Hij moet daartoe kunnen onderscheiden welke ziekten hij wel zelfstandig kan behandelen en wanneer hij moet verwijzen naar een arts (uitsluitingsdiagnostiek). Daarnaast moet de osteopaat in staat zijn de klachten en de symptomen zodanig te verduidelijken dat de patiënt zelfstandig zijn eigen verantwoordelijkheid gaat nemen voor zijn eigen gezondheid.

De osteopaat heeft daartoe een vijfjarige deeltijd beroepsopleiding gevolgd op post-hbo-niveau. Hierbij zijn de volgende onderwerpen bestudeerd:

  • anatomie, palpatie & dissectie
  • fysiologie en endocrinologie
  • pathologie en uitsluitingsdiagnostiek
  • embryologie
  • osteopathische diagnostiek, principes & denkmodel
  • osteopathie in het pariëtaal bereik (wervelkolom, extremiteiten, thorax)
  • osteopathie in het viscerale bereik (abdomen, thorax, pelvis)
  • osteopathie in het craniaal bereik
  • dysfunctiemechanisme musculo-skelettaal,
  • biomechanica, arthrokinematica, myo fasciale assen.
  • psychologie
  • radiologie (medische beeldvorming)
  • statistiek en methodologie
  • diëtetiek

De osteopaat kent de volgende praktische vaardigheden:

  • craniale technieken
  • viscerale technieken
  • osteopathische diagnostiek en principes

Opleidingsduur: conform Europese normen

Deeltijd:                 1.350      onderwijseenheden (incl. toetsing)

  • onderwijseenheden, als vrije en controleerbare studie
    • credits (zonder afstudeeropdracht)

Afstudeeropdracht:

Onderdeel van de opleiding.

Klinisch onderzoek met tenminste 5.000 woorden (excl. bijlagen)

Casestudie met tenminste 5.000 – 10.000 woorden (excl. bijlagen)

Literatuurstudie met tenminste 10.000 woorden (excl. bijlagen)

2.2. Medische kennis 

De osteopaat kent een vooropleiding met ten minste 1000 uur scholing in de medische basisvakken op HBO-niveau. Dit betreft Docent-afhankelijke uren (contacturen). De relevante vooropleiding is een medische HBO-vooropleiding met voldoende medische basiskennis.

De medische kennis van de osteopaat aan het einde van zijn osteopathisch onderwijs betreft de vakken anatomie, fysiologie, neurologie, pathologie embryologie en farmacologie.

De osteopaat heeft een gedegen kennis en inzicht in de opbouw van het menselijk organisme (micro- en macroanatomie). Dit strekt zich uit van de ligging en opbouw van de structuren tot de complexe samenhang tussen de verschillende structuren op anatomisch en fysiologisch vlak. De osteopaat kent de functionele levensverrichtingen van het menselijk organisme en weet hoe het organisme deze levensverrichtingen reguleert.

De osteopaat kent de pathologie en weet hoe de reguliere geneeskunde in Nederland is georganiseerd.

De osteopaat is in staat een algemene lichamelijke inspectie uit te voeren. Daarnaast is de osteopaat in staat een uitgebreid onderzoek te verrichten van alles behorend tot het bewegingsapparaat, de bloeddruk, de longen en het hart, de buik en het zenuwstelsel.

De osteopaat kent de belangrijkste farmacologische begrippen en medicamenten. Hij heeft weet van de farmacokinetiek en farmacodynamica en kent het werkingsgebied, de schadelijkheden en de wettelijke regelingen. Deze kennis dient uitsluitend om bepaalde symptomen van de patiënt eventueel in verband te kunnen brengen met bepaalde farmacologische medicamenten. De kennis dient beslist niet om deze medicamenten in welke vorm dan ook voor te schrijven.

De medische kennis wordt toegepast op de osteopathische principes. Met betrekking tot de anatomie, wordt deze eveneens praktisch toegepast op een verfijnde palpatie. Tevens wordt de anatomie gedoceerd via dissectie. Hiertoe worden speciale lessen in snijzaalonderwijs georganiseerd.

2.3. Kennis osteopathische vakken 

De osteopathische kennis start met een gedegen anatomische kennis. Deze kennis strekt zich uit over de vakken cytologie en histologie, tracti en besturingsmechanismen. Do anatomische kennis onderscheidt zich van de gangbare kennis van anatomie in de medische opleidingen, door een gedetailleerde kennis van de macroscopische samenhang der weefselstructuren.

De anatomie wordt onderverdeeld over het pariëtaal bereik (bewegingsapparaat), het viscerale bereik (organen en circulatie) en het craniaal bereik (de hersenen en het ruggenmerg en hun omhullende structuren, zoals de schedel en de wervelkolom).

De osteopaat heeft tevens kennis van de basisbegrippen betreffende de medische beeldvorming (Röntgen, echografie, MRI, CT-scan, etc.)

De osteopaat heeft een gedetailleerde kennis van de embryologie, zulks in het ontstaansmechanisme van de verschillende weefsels en structuren in het menselijk organisme. De osteopaat weet deze kennis tevens toepassen op de osteopathische principes en zijn praktische vaardigheden.

De osteopaat kent de algemene fysiologie betreffende cel- en orgaanfuncties en heeft kennis van de fysiologie in de zin van de vegetatieve en animale besturingsmechanismen van het menselijk lichaam. De osteopaat is tevens in staat gerichte voedingsadviezen te geven voor zover deze betrekking hebben op de klachten van de patiënt.

De osteopathische diagnostiek is gebaseerd op het opsporen van weefsels met verminderde beweeglijkheid en verhoogde spanning. Hij baseert zich hierbij op de filosofie van de osteopathie zoals beschreven in paragraaf 3.2.

  • Het lichaam is een biologische eenheid

Het menselijk organisme heeft zich voortdurend aangepast aan de omgeving en zijn functie in deze. Hiertoe bestaat er een actuele organisatie (anatomische aanpassing, zoals vorm en structuur van spieren, wervels, littekens, etc.) en een actuele functie (fysiologische aanpassing, zoals hormonale en neurovegetatieve veranderingen, maatregelen ter handhaving van de homeostase, etc.)

  • De structuur en functie zijn onderling en wederkerig afhankelijk van elkaar.

Verandering in de structuur van weefsels resulteren in een verandering van de functie van het weefsel. Beide veranderingen uiten zich in een verlies aan beweeglijkheid. De osteopaat is dankzij zijn kennis en vaardigheden in staat via subtiele palpatie de mobiliteit van weefsel te bepalen. Via de kennis van de samenhang der weefsels (anatomie, fysiologie, neurologie en embryologie) is hij in staat uit deze spannings- en mobiliteitsveranderingen een osteopathische diagnose te interpreteren.

  • Door een complex evenwichtssysteem neigt het lichaam tot zelfregulering en zelfgenezing ten aanzien van het ziekteproces.

Het lichaam bezit eigen curatieve krachten en de aangeboren eigenschap zichzelf te verdedigen. De osteopaat is in staat deze zelfregulerende mechanismen in haar diagnostiek te betrekken, voor zover deze in hun falen bij de oorzaak van de klachten betrokken zijn.

Daarnaast kan hij op de verschillende diagnostische resultaten een differentiaaldiagnostiek toe passen. Vervolgens kan hij met de resultaten van de diagnostiek een betrouwbare osteopathische diagnose stellen.

Op grond van deze diagnose en de verdere gegevens uit het onderzoek kan hij ten slotte een gerichte therapie instellen, rekening houdend met alle relevante gegevens. De therapie is hierbij geheel manueel en gericht op het herstel van weefselspanning en mobiliteit. Door middel van manipulaties en specifieke weefseltechnieken (visceraal en craniaal) kan de osteopaat diepliggende weefsels bereiken.

De osteopaat richt zich op alle drie aspecten van de mens (pariëtaal, visceraal en craniaal) en houdt rekening met de harmonie tussen deze drie systemen.

Vervolgens is de osteopaat in staat deze therapie op termijn te evalueren en zo nodig bij te stellen.

2.4. Filosofie en Psychologie 

De osteopaat is geschoold in de filosofie van de osteopathie. Hiertoe zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd die de basis van het osteopathische denken en handelen vormen. De osteopaat kan deze uitgangspunten en de toegepaste therapie op regulier wetenschappelijk niveau combineren.

De osteopaat is zich bewust van zijn eigen psychologisch functioneren en weet zijn persoonlijke vorming en beperkingen op het osteopathische handelen in te passen.

De osteopaat bezit vaardigheden op het gebied van gespreksvoering binnen het behandelingsproces. Hij heeft kennis van de begrippen overdracht en tegenoverdracht.

2.5. Bij- en nascholingsplicht 

De osteopaat is gehouden zijn kennis actueel te houden door zich aantoonbaar bij- ­en na te scholen door middel van postacademisch onderwijs. Dit postacademisch onderwijs is gericht op:

  • Het op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen in de osteopathie en haar deelgebieden,
  • Het op de hoogte blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen;
  • Het geven van feedback naar aanleiding van praktijkervaringen;
  • Het uitdiepen van meer specialistische onderwerpen.

De bij- en nascholing wordt door de Nederlandse Osteopathie Federatie gecontroleerd. Als niet voldoende wordt deelgenomen aan de bij- en  nascholingsactiviteiten, volgt uitschrijving uit het register.

2.6. Omschrijving taakgebieden 

Tot de taakgebieden van de osteopaat behoren onder meer:

  1. Het zoeken naar de causaliteit van de klacht binnen het concept van de Osteopathie in de principes van haar filosofie: Het lichaam is een biologische eenheid, De structuur en functie zijn onderling en wederkerig afhankelijk van elkaar en door een complex evenwichtssysteem neigt het lichaam tot zelfregulering en zelfgenezing ten aanzien van het ziekteproces.
  2. Bij de osteopathische diagnostiek ligt de nadruk op het verlies aan mobiliteit van de verschillende weefsels en het daaraan gerelateerde verlies aan functie. Hierbij houdt de osteopaat rekening met de actuele organisatie en de actuele functie (zie paragraaf 3.2.)
  3. Het toepassen van het concept osteopathie in de diagnostiek en in de uitleg naar de patiënt. Het bieden van een brede kijk op de klacht van de patiënt, door het toepassen van verschillende principes van de filosofie.
  4. Het bieden van een passende therapie die geheel manueel is gericht op het herstel van weefselspanning en mobiliteit.
  5. Het aanbieden van een passende therapie wordt hierbij gekoppeld aan de drie aspecten van het menselijk organisme (pariëtaal, visceraal en craniaal). De therapie richt zich hierbij tevens op de harmonie tussen deze aspecten. Bewegingsvermindering in één van deze aspecten kan steeds de andere aspecten beïnvloeden.
  6. Het in goede verstandhouding samenwerken met ziekenhuizen, specialisten of huisartsen. Het bevorderen van de communicatie en de controleerbaarheid van verschillende vormen van geneeskunde en het bevorderen van samenwerking tussen de verschillende vormen van geneeskunde.

2.7. Beperkingen van het beroep osteopaat 

Naast de taakgebieden van het beroep osteopaat behoren verschillende taken niet tot het functiegebied van de osteopaat:

  • Het plegen van aan artsen voorbehouden handelingen  (wet­-BIG)
  •  Heelkundige handelingen (verstoring van de samenhang van Lichaamsweefsels)
  • Verloskundige handelingen
  • Cathererisaties en endoscopieën
  • Injecteren (intraveneus, intramusculair, intracutaan)
  • Verrichten van puncties
  • Toepassen van algehele anesthesie
  • Toepassen van ioniserende straling
  • Electieve cardiovasie (elektrotherapie bij hartritmestoornissen)
  • Defibrilatie
  • Toepassen van elektronconvulsieve therapie (elektroshock)
  • Toepassen van steenvergruizing door middel van geluidsgolven en laserlicht
  • Handelingen gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand brengen van een zwangerschap.

2.7.1.  Het behandelen van levensbedreigende aandoeningen 

De term levensbedreigend dient te worden toegepast op deelgebieden van:

  • acute aandoeningen
  • infectieziekten
  • besmettelijke aandoeningen

De behandeling van reeds manifeste ernstige aandoeningen kan wel bestaan uit het op een osteopathische manier begeleiden en ondersteunen van de symptomen die de aandoening met zich mee brengt. De eindverantwoordelijkheid blijft echter te allen tijde bij de behandeld arts of specialist. Indien geen arts of specialist in de therapie betrokken is, dient van verdere behandeling te worden afgezien met uitzondering van het toepassen van E.H.B.O. en reanimatie.

    3. Wijze van beroepsuitoefening 

3.1. Plaats van de Osteopathie in de gezondheidszorg 

De plaats van de osteopathie is voornamelijk gelegen in de eerstelijns gezondheidszorg. De osteopaat is in staat te communiceren met artsen, verpleegkundigen en andere vertegenwoordigers van de reguliere gezondheidszorg. De osteopaat kan volledig zelfstandig handelen in diagnostiek en therapie.

De osteopathie is een specialisme in de geneeskunde. Haar concept is toepasbaar op alle facetten in de geneeskunde. De wetenschappelijke kennis betreft de anatomie, fysiologie, biochemie, pathologie, de kennis van het gedrag en hygiëne. De osteopaat richt zich zowel op het herstel en behoud van gezondheid, als op de preventie ter voorkoming van ziekte.

3.2. Uitgangspunten van de Osteopathie 

De osteopaat gaat uit van een bepaalde filosofie ten aanzien van ziekte en gezondheid.

Hiervoor geldt een aantal uitgangspunten met betrekking tot diagnostiek en therapie.

De osteopathie kent hiertoe een geheel eigen filosofie met als begrippen:

  1. Het lichaam is een biologische eenheid.

Het menselijk organisme ontwikkelt een voortdurende wisselwerking met de omgeving. Deze eenheid bestaat in fysisch en psychisch functioneren, zowel tijdens ziekte als in gezondheid. Het één en ondeelbaar zijn van het lichaam in zijn relationele context is het basisbegrip van de osteopathie.

  1. De structuur en de functie zijn onderling en wederkerig afhankelijk van elkaar. “de structuur dirigeert de functie en de functie creëert de structuur” (A.T. Still). De structuur van spierweefsel is bepalend voor haar mobiliteitsfunctie; die van botweefsel voor haar steunfunctie; die van darmweefsel voor haar opnamefunctie. Verandering van de structuur resulteert in een verandering van de functie; beide uiten zich in een verlies aan beweeglijkheid. De osteopathie gebruikt het concept structuur en functie in haar diagnostische en therapeutische toepassing door manuele technieken.

De wederzijdse en onderlinge (wederkerige en reciproque) afhankelijkheid van structuur en functie is het tweede begrip van de osteopathie.

  1. Door een complex evenwichtssysteem neigt het lichaam tot zelfregulering en zelfgenezing ten aanzien van het ziekteproces.

Het lichaam bezit zijn eigen curatieve krachten en de aangeboren eigenschap zichzelf te verdedigen. Het is in staat om, tot aan een bepaalde drempel, zichzelf te genezen of aan te passen. Het lichaam bezit dus zelfregulerende mechanismen, die in staat zijn de ziekte te overwinnen.

Deze natuurlijke functies stimuleren of herstellen, is het derde begrip in de osteopathie.

De eenheid van het lichaam in structuur en functie is terug te vinden in de samenhang tussen de verschillende weefsels en hun functies. Deze kunnen zijn:

  • Mechanisch: tussen beenderen, gewrichten en spieren.
  • Circulatoir: door bloedvaten, het lymfestelsel en hersenvocht.
  • Membraneus: verbindingen tussen organen en weefsels door hun omhullende en beschermende vliezen.
  • Neurologisch: door zenuwbanen van het centrale en perifere zenuwstelsel.
  • Fysiologisch: biochemische en electro-fysiologische overdracht tussen organen en weefsels.

3.3. Werkwijze van de osteopaat 

De osteopaat werkt vanuit een brede visie op de klacht van de patiënt. De brede visie in de diagnostiek wordt gevormd door het toepassen van onderzoek op alle drie aspecten van het menselijk lichaam:

  • Pariëtaal aspect: het bewegingsapparaat, gevormd door botten, spieren, pezen, gewrichten, wervels, etc.
  • Visceraal aspect: de inwendige organen met hun bloedvaten, lymfevaten

en besturende zenuwen.

  • Craniaal aspect: de schedel en de wervelkolom met daarin het hersenvocht, de vliezen en het zenuwstelsel en al haar functies.

De osteopaat neemt eerste een uitgebreide anamnese af. Met betrekking tot de ziektegeschiedenis (zoals bijvoorbeeld complicaties bij geboorte, doorgemaakte ziektes, operaties) en voedingsgewoonten.

Vervolgens vindt een lichamelijk onderzoek plaats op de drie onderling afhankelijke systemen (bewegingsapparaat, inwendige organen, craniaal systeem) door bewegingsonderzoek met behulp van specifieke technieken. Hierbij worden alle weefsels bij het onderzoek betrokken. De osteopaat is in staat de minieme bewegingen van het lichaam in al deze weefsels te voelen en te interpreteren.

Op basis van de ziektegeschiedenis en de gevonden resultaten wordt een behandelplan opgesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van manipulaties en specifieke weefseltechnieken, gericht op herstel van de mobiliteit.

De osteopaat biedt een passende therapie aan, gekoppeld aan de causaliteit van de klacht en de integratie van de verschillende aspecten van het menselijk lichaam (pariëtaal, visceraal en craniaal).

Daarnaast kunnen adviezen voor thuis gegeven worden in de vorm van leef-, houdings- en voedingsadviezen gegeven.

Doel van de gehele behandeling is de harmonie in beweeglijkheid van alle weefselsstructuren te herstellen, teneinde hierdoor het zelfherstellende vermogen van het Iichaam in gang te zetten.

3.4.    Plaats in de maatschappij 

Het belang van gezondheid neemt voor de moderne mens steeds meer toe. Mede ook door de toegenomen mondigheid zoeken, personen naar oplossingen voor klachten waarvoor de reguliere gezondheidszorg geen afdoende oplossing kan bieden. In direct contact met de patiënt en met zijn gedegen en breed georiënteerde kennis van de mens en het menszijn, kan de osteopaat veelal een oplossing voor de klachten bieden.

Het beroep osteopaat dient een breed maatschappelijk nut.

3.4.1.  Maatschappelijke functies van het beroep Osteopaat: 

  • De osteopathie vormt een belangrijke schakel in de geneeskunde. Door de kennis van de wederzijdse afhankelijkheid tussen structuur en functie is de osteopaat in staat een brede, holistische kijk op de klacht te bieden. De gedetailleerde kennis van anatomie en fysiologie in de totale samenhang binnen het menselijke organisme biedt de osteopaat de mogelijkheid de totale mens te behandelen.
  • Osteopathie vormt ~en beroep met een diagnostisch, therapeutisch en een verwijzend karakter.
  • De osteopaat wil in goede verstandhouding samenwerken met ziekenhuizen, specialisten of huisartsen.
  • De osteopaat zoekt naar de causaliteit van de klacht door de beweeglijkheid en spanning van alle anatomische structuren in zijn diagnose te betrekken. Door zijn brede kennis en uitgebreide praktische vorming is de osteopaat in staat minieme bewegingen in het lichaam te voelen en te interpreteren.

De osteopaat tracht een passende therapie aan te bieden, gekoppeld aan de causaliteit van de klacht en de integriteit van de totale samenhang van het menselijk organisme (pariëtaal, visceraal en craniaal).

3.4.2.     Maatschappelijke verantwoordelijkheid 

Naast haar maatschappelijke doelstellingen kent de osteopaat een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij bestaat uit:

  • Het op wetenschappelijke wijze onderzoeken van de diagnostische en therapeutische methoden die de osteopathie hanteert. Het beschikbaar stellen van middelen en faciliteiten voor effectiviteits- en kwaliteitsonderzoek.
  • Het te allen tijde samenwerken met de reguliere geneeskunde en de patiënt nimmer weerhouden van reguliere onderzoeken of therapieën.
  • Het nimmer toepassen van therapeutische vormen van geneeskunde die op enige wijze schade aan het individu kunnen berokkenen of de kans op schade doen toenemen.
  • Het nimmer toepassen van de in de BIG-wet geformuleerde aan artsen voorbehouden handelingen.
  • Het zich registreren bij de Nederlandse Osteopathie Federatie en zich daarmee te onderwerpen aan het tuchtrecht en de kwaliteitseisen voor de osteopathie.
  • Het bijhouden van een zorgvuldig dossier over de patiënt.
  • Het streven naar preventie en voorlichting over de relatie tussen levensstijl en klachten van de patiënt.
  • Het op de hoogte blijven van de maatschappelijke ontwikkelingen voor zover deze de gezondheidszorg betreffen.

3.5. Preventie 

In het kader van de preventieve zorg vormt de osteopathie een belangrijke schakel in de gezondheidszorg. Door haar uitgebreide en veelzijdige vorm van diagnostiek, het opsporen van de beweeglijkheid en spanning van alle anatomische structuren, is de osteopaat in staat in een vroeg stadium de neiging tot en het ontstaan van functieverlies te ontdekken. Hierdoor is een zeer grote mate van profylaxe mogelijk.

De door de patiënt reeds aangegeven klachten zijn vaak klinisch niet aantoonbaar, waardoor de reguliere geneeskunde geen behandeling in kan zetten. Hiertoe zou feitelijk gewacht moeten worden tot het manifest worden van de klachten.

De klachten kunnen door het brede kader van de Osteopathie echter reeds in een vroeg stadium worden onderzocht, begrepen, uitgelegd en behandeld.

De behandeling van reeds manifeste ernstige aandoeningen behoren vooralsnog niet tot het terrein van de Osteopathie, wel kan zij de patiënt die een reguliere therapie volgt op een osteopathische manier begeleiden en ondersteunen.

Het begrip preventie wordt in de Osteopathie dus wel als zeer belangrijk ervaren. De diagnostiek is in staat in een vroeg stadium (latent) reeds in te grijpen en een passende therapie in te zetten. Echter over het voorkomen van ernstige pathologie is een kritische relativering op zijn plaats. In de eerste plaats past het niet in het osteopathische concept om bepaalde aandoeningen van een naam (pathologie of syndroom) te voorzien. In de tweede plaats blijft het altijd de vraag of de tijd recht evenredig functioneert met de ontwikkeling van bepaalde symptomen tot (ernstige) pathologie.

3.6. Verwijzing

De osteopaat is volledig zelfstandig in zijn beroepsuitoefening. De osteopaat is in staat om zijn beroep zowel in diagnostische als in therapeutische zin uit te oefenen en te evalueren. Hij kan worden geraadpleegd zonder verwijzing door of op aanwijzing van een derde persoon. De osteopaat kent hiertoe niet alleen de mogelijkheden van zijn beroep, maar ook de grenzen van zijn beroepsuitoefening.

Vele aandoeningen kan de osteopaat zelfstandig onderzoeken en behandelen. Wanneer hij zowel in diagnostiek als in therapie op de grenzen van zijn beroep stuit, zal de osteopaat verwijzen naar daartoe aangewezen specialisten.

Bij verwijzing naar reguliere specialisten zal de osteopaat in eerste instantie de patiënt terug verwijzen naar de huisarts. De osteopaat zal hiertoe een uitgebreide rapportage met de patiënt mee sturen, waarin de onderzoeksresultaten, de interpretatie en de aanbevelingen vermeld staan.

Bij verwijzing naar het alternatieve veld zal de osteopaat slechts verwijzen naar die alternatieve beroepsbeoefenaren die geschoold zijn op Hbo-niveau en die in concept en uitoefening van het beroep verwant zijn aan de filosofie van de osteopathie.

    4. Samenvatting van de gedragsregels 

4.1. Verantwoordelijkheden 

De osteopaat heeft bij zijn beroepsuitoefening de ruimte om te handelen naar eigen inzicht. Hij is zich bewust van zijn verantwoordelijkheden ten opzichte van zijn patiënten, zijn collega’s, de professie en de samenleving.

De osteopaat zal de patiënt stimuleren om zelf verantwoordelijkheid te gaan dragen voor de eigen gezondheid.

4.2 .Integriteit 

De osteopaat verricht zijn werkzaamheden volgens beginselen van openheid naar zijn patiënt en onpartijdigheid. Hij streeft er naar zijn patiënt de juiste informatie te verstrekken over de diagnose en ingezette therapie en daarin zoveel mogelijk de opvattingen van de patiënt te respecteren.

Uitstuitend met erkenning van de waardigheid van de patiënt zal de osteopaat binnentreden in diens persoonlijke levenssfeer of in direct lichamelijk contact treden.

4.3. Kwaliteit 

De osteopaat zal zijn behandeling causaal richten en inzetten in aansluiting op de meest actuele kennis in de Osteopathie. Als de behandeling van een klachtenpatroon van een patiënt specifieke vakkennis vereist, verwijst de osteopaat naar externe deskundigen en werkt desgevraagd met deze deskundigen samen.

De osteopaat is gehouden zijn kennis actueel te houden door zich aantoonbaar bij- en na te scholen door middel van postacademisch onderwijs.

4.4. Privacy 

De privacy van de patiënt wordt in alle gevallen gewaarborgd door de osteopaat, een en ander voor zover dit niet strijdig is met het geldende recht. Terzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer handelt de osteopaat naar de aanwijzingen van de Wet Persoonsregistratie en de daarop gebaseerde regelgeving.

De osteopaat zal aan de patiënt vragen of hij de huisarts (of andere behandelende arts) mag inlichten en alleen na uitdrukkelijke toestemming van de patiënt aan deze arts de diagnose en ingezette therapie vertellen.

De osteopaat zal, met medewerking van de patiënt, de gegevens van de huisarts (of andere behandelende arts) ten behoeve van het onderzoek en de therapie opvragen en raadplegen.

4.5. Objectiviteit 

De osteopaat erkent dat een persoon zelf recht heeft te bepalen voor welke klacht(en) hij behandelt wil worden. Ook als deze wens indruist tegen de persoonlijke opvatting of overtuiging van de behandelend osteopaat, zal dit zijn handelen niet beïnvloeden.

4.6. Contacten met collegae 

De osteopaat bevordert intercollegiale toetsing als onderdeel van het professioneel handelen. Collegiale toetsing wordt opgevat als een instrument voor kwaliteitsbewaking en als middel van verbetering van de professie vanuit een persoonlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid. De osteopaat erkent dat een open en onbevooroordeelde houding tussen collegae een voorwaarde is voor het goed functioneren van de beroepsgroep.

4.7. Relatie met de patiënt 

De patiënt heeft de vrije keuze van osteopaat. De osteopaat dient uitleg te verstrekken over het hoe en waarom van elke diagnostische of therapeutische maatregel. De osteopaat is vrij op het vlak van diagnose en therapie, voor zover deze in dit beroepsprofiel zijn beschreven.

De osteopaat meet alIe informatie en onderzoeksgegevens van de patiënt in volledig vertrouwen behandelen. Het beroepsgeheim omvat zowel anamnestische als onderzoeksgegevens van de patiënt.

Een uitgebreide opsomming van de ethiek en gedragsregels is beschreven in de beroepscode voor Osteopathie.

   5Beroepsspecifieke regels 

5.1.    Het osteopathisch handelen 

  1. Bij elke handeling gaat de osteopaat uit van do drie principes van de osteopathische filosofie. Hij erkent de elkaar beïnvloedende interne en externe factoren.
  2. De osteopaat zal bij voorkeur geen symptomen onderdrukken wanneer dat schadelijk is voor de mens als totaliteit.
  3. Wanneer de conditie van de patiënt het toelaat wordt de voorkeur gegeven aan een totaalbehandeling gericht op de algehele verbetering van het menszijn op lange tormijn. Kwaliteitsverbetering van hot leven verdient do voorkeur boven kwantiteitsverbetering van hot leven.
  4. Wanneer de conditie van de patiënt dit noodzakelijk maakt, wordt gekozen voor een symptoomonderdrukkende behandeling met een korttermijn effect. Vervolgens wordt de therapie op het totaaleffect gericht.
  5. De osteopaat kent een zeker behandelingsprotocol, maar is in staat dit protocol aan te passen aan de individuele patiënt.
  6. Preventie en voorlichting over de relatie tussen Ievenstijl en het voorkomen van de klachten enerzijds en de achtergrond van de behandeling anderzijds neemt een belangrijke plaats in het behandelingsproces.
  7. Bij alle behandelingen gaat de osteopaat uit van het zelfregulerend vermogen van de mens. Dit wordt ondersteund of geactiveerd.
  8. De osteopaat neemt persoonlijk de volle verantwoordelijkheid voor elk therapeutisch handelen (schuift deze bijvoorbeeld niet af op auteurs, opleiding, fabrikanten of entiteiten); bij het laten uitvoeren van handelingen door andere (niet zelfstandig bevoegde) hulpverleners blijft de eindverantwoordelijkheid bij de eerste (bevoegde) osteopaat.
  9. De osteopaat brengt zijn beroep niet in diskrediet.
  10. De osteopaat streeft naar overleg en samenwerking met andere disciplines in de gezondheidszorg; dit betreft zowel disciplines uit het reguliere circuit als disciplines uit het alternatieve veld (complementaire geneeskunde).
  11. De osteopaat verwijst patiënten die elders beter of sneller kunnen worden geholpen onverwijld naar de betreffende hulpverlener.
  12. De osteopaat zal nieuwe (verworven) kennis of behandelmethodes niet voor zichzelf behouden.
  13. De osteopaat zal geen opdrachten aanvaarden die in strijd zijn met de beroepscode van de Osteopathie.
  14. De osteopaat zal zijn kennis en vaardigheden door bij- en nascholingsactiviteiten op peil houden.
  15. De osteopaat onthoudt zich van de in de wet-BIG omschreven aan artsen voorbehouden handelingen en onthoudt zich van handelingen waartoe hij niet is opgeleid.

5.2. De praktijkvoering 

  1. De osteopaat komt gemaakte afspraken met patiënten behoorlijk na.
  2. De osteopaat draagt zorg voor een goede bereikbaarheid op duidelijk aangegeven dagen en uren.
  3. De osteopaat draagt zorg voor opvang van ‘spoedgevallen’ bij ziekte of afwezigheid.
  4. De osteopaat geeft de patiënt voor of bij het eerste consult gedegen informatie, waar mogelijk schriftelijk over:
  • de Nederlandse Osteopathie Federatie (NOF)
  • de Nederlandse Vereniging voor Osteopathie
  • de Klachtencommissie van de osteopaten en de te volgen procedure
  • de bevoegdheden van de osteopaat
  1. De osteopaat informeert de patiënt bij het eerste consult over:
  • de te verwachten kosten, duur en verloop van de behandeling
  • een reëel beeld van de therapeutische mogelijkheden
  • voorlichting over de relatie tussen levensstijl en klachten.
  1. De osteopaat werkt volgens een vast systeem van patiëntenadministratie, waarbij onder meer de volgende elementen worden vastgelegd:
  • naam, adres en woonplaats van de patiënt
  • geboortedatum, geslacht en beroep
  • geneeskundige status
  • verrichtingen, behandelingen, aanvullingen
  • medicaties
  • veranderingen in het verloop van de behandeling en noodzakelijke bijkomende informatie
  • soort van consult met herkenbare tariefbepaling en afsprakennotering
  • specialist- en collegae-registratie.
  1. De osteopaat werkt volgens een vast systeem van evaluatie, waarin wordt vastgelegd op welk moment een evaluatie zal plaatsvinden. In de regel vindt de eerste evaluatie van de therapie na vier tot acht weken plaats.
  2. De osteopaat streeft naar een positief behandelresultaat na ten hoogste drie consulten, bij afwezigheid van een positief resultaat volgt overleg met een collega osteopaat of verwijzing naar een andere discipline. Onder een positief behandelresultaat dient een merkbare verandering te worden verstaan, zowel voor de patiënt (anamnestisch) als voor de osteopaat (diagnostisch).
  3. De osteopaat streeft naar een weinig contact-afhankelijke therapie. De patiënt zal zelfstandig met de therapie voort kunnen.
  4. De osteopaat zorgt voor een hygiënische praktijkruimte, met voldoende wachtruimte, toiletmogelijkheden en draagt zorg voor de nodige privacybescherming van de patiënt.
  5. De osteopaat zal de bevoegde instanties van de Nederlandse Osteopathie Federatie en de klachtencommissie ongehinderd toe laten tot de praktijk en zo nodig tot de patientenadministratie (alleen met schriftelijke toestemming van de betrokken patiënt).

5.3. Relatie osteopaat patiënt 

  1. De osteopaat oefent onder eigen naam praktijk uit, ook bij samenwerking in een groepspraktijk.
  2. De osteopaat zal het vertrouwen van de patiënt niet beschamen. Bijvoorbeeld door onnodige behandelingen te geven.
  3. De behandeling van de osteopaat maakt geen inbreuk op de integriteit van de patiënt:
  • er wordt op de patiënt geen druk uitgeoefend, de osteopaat adviseert slechts;
  • alle handelingen van de osteopaat zijn er op gericht de patiënt zo goed en zo snel mogelijk onafhankelijk te maken of te houden van de hulpverlening;
  • de patiënt wordt als gelijkwaardig bejegend;
  • de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt wordt gerespecteerd en aangemoedigd;
  • de patiënt heeft te allen tijde het recht een andere hulpverlener te consulteren;
  • de osteopaat houdt rekening met de levensbeschouwing (religieus, cultureel, maatschappelijk) van de patiënt.
  1. De osteopaat toont voldoende aandacht voor de problemen die de patiënt hem voorlegt en neemt voldoende de tijd voor een consult.
  2. De osteopaat past in principe alleen behandelingen toe, waarvoor de patiënt (na voldoende te zijn geïnformeerd) toestemming heeft gegeven.
  3. De osteopaat tracht een zodanige vertrouwensrelatie met de patiënt op te bouwen, dat deze problemen of onvrede met de behandeling kan uiten.
  4. De osteopaat moet het onbeperkt doorzetten van behandelingen vermijden.
  5. De osteopaat staat geregistreerd bij de Nederlandse Osteopathie Federatie alwaar de klachtenprocedure en de toepassing van het tuchtrecht geregeld zijn. De osteopaat kan aangesloten zijn bij de Nederlandse Vereniging voor Osteopathie (NVO).
  6. De osteopaat stelt zich neutraal op tegenover commerciële instellingen of personen op medisch/farmacologisch terrein.

Zie verder de Beroepscode Osteopathie en de` Kwaliteitseisen Osteopathie.

Bijlage I

Opsomming van kennis en vaardigheden van de afgestudeerde osteopaat. 

De osteopaat kan zich, na het met succes afleggen van de examens en het behalen van het diploma, vrij vestigen met een particuliere praktijk. De zelfstandige basis is gerelateerd aan het niveau van de opleiding tot osteopaat als post-HBO­beroepsopleiding.

1.1 Diagnostiek 

Diagnostisch heeft de osteopaat kennis van:

1.1.1.    Reguliere geneeskunde:

Gedegen kennis van de anatomie, fysiologie, pathologie en neurologie bieden de mogelijkheid om via de anamnese reeds een richting te bepalen. Praktische toepassing van deze vakken in de fysische diagnostiek leiden tot een zekere richting in de reguliere diagnosestelling.

Kennis van de wetenschappelijke feitelijkheden uit de reguliere geneeskunde vormt ten aanzien van de interpretatie van de onderzoeksgegevens een belangrijke leidraad. De kennis van de reguliere medische wetenschap wordt toegepast op het concept van de osteopathie.

1.1.2.   Reguliere diagnostiek:

Kennis van de inspectie, het regulier lichamelijk onderzoek, de specifieke palpatie van de organen en het orthopedisch en neurologisch onderzoek bieden de mogelijkheid het klachtenpatroon via fysiek onderzoek te diagnosticeren en te evalueren.

1.1.3. Osteopathische diagnostiek

De specifiek osteopathische diagnostiek is een volledig manueel handelen. Door middel van algemene en specifieke handgrepen zoekt de osteopaat naar bewegingsverlies en spanningsverandering van anatomische structuren. De osteopaat houdt hierbij rekening met de drie aspecten van het menselijk organisme

 Pariëtaal aspect: het bewegingsapparaat, gevormd door botten, spieren, pezen, gewrichten, wervels, etc.

  • Visceraal aspect :  de inwendige organen met hun bloedvaten, lymfevaten en besturende zenuwen.
  • Craniaal aspect :  de schedel en de wervelkolom met daarin het hersenvocht, de vliezen en het zenuwstelsel en al haar functies.

Het bewegingsverlies of de spanningsverandering wordt geïnterpreteerd volgens het principe dat structuur en functie wederkerig afhankelijk van elkaar zijn.

Het voorkomen van reflexzones kan in de diagnostiek betrokken worden, mits deze een wetenschappelijke basis kennen en die hun concept en handelen voortdurend toetsen aan de wetenschappelijke ontwikkelingen. De diagnostische vormen wiens concept en handelen niet wetenschappelijk getoetst zijn of worden behoren niet tot het terrein van de osteopathie.

Als zodanig vallen alle diagnostische vormen die gebaseerd zijn op het gebruik van apparatuur (of naalden) buiten het terrein van de osteopathie. Tevens vallen alle vormen van diagnostiek die hun interpretatie ontlenen aan niet getoetste vooronderstellingen niet tot het terrein van de osteopathie.

De osteopathische diagnostiek beperkt zich tot het vaststellen van bewegingsverlies en spanningsverandering van weefsels en interpreteert deze op basis van de wetenschappelijke kennis van anatomie, embryologie, fysiologie en neurologie. De osteopaat maakt hierbij gebruik van de osteopathische kennis over dysfunctiemechanismen, biomechanica en arthrokinematica.

1.1.4.    Psychologie:

Kennis van de basispsychologie, lichaamstaal, analyse van psychische, emotionele en sociale factoren en psychosomatische uitingen bieden de mogelijkheid de klachten op hun waarde in te schatten, gericht op de individualiteit van de patiënt, rekening houdend met het individuele inschattingsvermogen van de geneeskundige. De psychologische kennis is van belang bij het schatten van de zin van de symptomen bij de individuele patiënt.

Daarnaast is de kennis van de psychologie van groot belang bij de beoordeling en de interpretatie van het klachtenpatroon van de individuele patiënt. Hierbij speelt de kennis over het eigen psychisch functioneren van de osteopaat eveneens een belangrijke rol.

Kennis van de psychologie en het psychosomatisch functioneren beperkt zich tot de interpretatie en het geven van adviezen omtrent de leefwijze van de patiënt; het toepassen van vormen van psychologische therapie behoort niet tot het werkterrein van de osteopaat.

1.1.1.5   Farmacologie:

Kennis van de werkingen en de bijwerkingen van farmacologische preparaten. Kennis van de biochemische aspecten van deze preparaten.

Kennis van de methodiek van de reguliere geneeskunde en de toepassing van farmacologische preparaten is een belangrijk aspect bij de inschatting van het klachtenpatroon (bijwerkingen) en bij de samenwerking van de osteopaat met de reguliere geneeskunde.

De farmacologische kennis dient uitsluitend om bepaalde symptomen van de patiënt eventueel in verband te kunnen brengen met bepaalde farmacologische medicamenten.

1.2. Therapie

1.2.1.   Osteopathische therapie:

Evenals de diagnostiek is de therapie een volledig manueel handelen. Door middel van algemene en specifieke handgrepen herstelt de osteopaat het bewegingsverlies en spanningsverandering van anatomische structuren. De osteopaat houdt hierbij rekening met de drie aspecten van hot mensolijk organisme:

  • Pariëtaal aspect: hot bewegingsapparaat, gevormd door botten, spieren, pezen, gewrichten, wervels, etc.
  • Visceraal aspect: de inwendige organen met hun bloedvaten, lymfevaten en besturende zenuwen.
  • Craniaal aspect: de schedel en de wervelkolom met daarin het hersenvocht, de vliezen en het zenuwstelsel en al haar functies.

De osteopaat houdt hierbij rekening met de harmonie tussen de drie genoemde aspecten. De harmonische samenhang in relatie tot een optimale mobiliteit vormen de basis waardoor de zelfregularisatie van het totale organisme behouden blijft. De osteopaat erkent de elkaar beïnvloedende interne en externe factoren.

De osteopaat zal bij voorkeur geen symptomen onderdrukken wanneer dat schadelijk is voor de mens als totaliteit.

Het manuele handelen van de osteopaat is voornamelijk gericht op het toepassen van zachte weefseltechnieken.

De osteopaat kent een zeker behandelingsprotocol, maar is in staat dit protocol aan te passen aan de individuele patiënt.

1.2.2. Voedingsleer:

Kennis van de basisbouwstoffen, de macronutriënten (proteïnen, koolhydraten en vetten) en de micronutriënten (vitaminen, mineralen, water en sporenelementen). Kennis van de absorptie en de eigenschappen van de basisbouwstoffen en de brandstoffen. Kennis van de toepassing van voedingsadviezen in relatie tot het herstel van de gezondheid.

De voedingsadviezen zijn te allen tijde gericht op de individuele toepassing bij de patiënt.

Het voorschrijven van gerichte diëten (diët-etiek) behoort niet tot het terrein van de Osteopathie. Ook het voorschrijven van medicamenten uit de fytotherapie (Westers of Oosters), homeopathie of orthomoleculaire geneeskunde behoort niet tot het terrein van de Osteopathie.

Bijlage II

Visie op ziekte en gezondheid

Het primaire kenmerk van leven is bewegen (Panta Rei (Gr) = alles wat leeft/ beweegt/stroomt). Het lichaam functioneert bij gratie van de mogelijkheid tot het maken van bewegingen. Het gaat hierbij niet alleen om de bekende gewrichtsbewegingen; maar ook om fijne, ritmische en onbewuste bewegingen van vrijwel alle Iichaamsstructuren en organen.

Vanzelfsprekend is de ritmiek van hart en longen, maar ook de peristaltiek van de darmen wordt hiertoe gerekend. Daarnaast kennen we de bewegingen van het bloed, lymfestroom en hersenvocht, maar elke structuur kent haar eigen beweging (bijvoorbeeld de nieren leggen per dag een traject van 600 meter af). Elk weefsel kent haar eigen ritmiek; kent haar eigen vloeiende stroom.

Stilstand is achteruitgang zegt het spreekwoord. Stromend water wordt telkens ververst en blijft gezond, stilstaand water wordt troebel en een bron van besmetting. Ditzelfde gebeurt in het lichaam. Zelfs een gering verlies aan beweeglijkheid van weefselstructuren kan al aanleiding geven tot een plaatselijk of algeheel slecht functioneren, met of zonder pijn.

Ter vergelijking: in elke stromende rivier belanden takken en bladeren, dat is een natuurlijke opbouw en afbraak en deze worden afgevoerd. Er ontstaat echter een probleem als bijvoorbeeld rotsblokken de doorgang versperren. Het water vloeit er langs, maar haar inhoud blijft steken. In hot lichaam kan de natuurlijke stroom (bloed, Iymfe, hersenvocht) onderbroken worden door mobiliteitsverlies van gewrichten, ligamenten, organen, etc. De weefsels worden minder doorbloed (aanvoer en weerstand) en ook de afvoer wordt belemmerd (ophoping en bron van besmetting).

De oorzaak van bewegingsverlies is zeer gevarieerd. Een verstuiking of verrekking kan al leiden tot een blijvende bewegingsbeperking. Wat betreft organen zijn doorgemaakte ontstekingen en operaties (littekens) veel gevonden oorzaken. Maar ook Ieefgewoonten en voedingspatronen kunnen aanleiding geven tot vermindering van de beweeglijkheid.

Het menselijke organisme is in feite op te vatten als een in een dynamisch evenwicht verkerende toestand, dat wil zeggen dat er zich vanaf de geboorte tot de dood een continu proces afspeelt van opbouw en afbraak (celdeling en apoptose) zonder dat er in wezen iets essentieels verandert. Ieder deeltje van de mens wordt van tijd tot tijd vervangen door een nieuw gelijkwaardig en identiek deeltje, zonder dat zijn verschijningsvorm daardoor verandert.

Dat ons leven niet als een rechte lijn is voor te stellen komt doordat we voortdurend aan dreigende factoren van ons evenwicht onderhevig zijn. Iedere factor die een afwijking van de evenwichtsnorm veroorzaakt, vormt automatisch de prikkel voor de terugkeer. Het organisme zal zich voortdurend moeten aanpassen en bewegen tussen het ene maximum en het andere maximum.

Als mens zijn we onderhevig aan twee constante fenomenen: enerzijds de zwaartekracht (aantrekkingskracht van de aarde), anderzijds onze omgeving. We moeten steeds met deze elementen rekening houden en, hoewel vaak negatief bekeken, zijn ze een noodzaak voor een normale ontwikkeling.

Naast deze constante fenomenen hebben we een aantal inconstante factoren die als stimuli fungeren voor onze verdere evolutie: de fysische factor, de psychische factor en de hygiënische factor. Deze factoren veranderen voortdurend in frequentie, duur en intensiteit en zullen, naar gelang hun evolutie in plus of minus, stressfenomenen warden.

Eén van de fundamentele principes in deze is, dat niet het stressfenomeen van belang is, maar de manier waarop men erop reageert. De stressfenomenen zullen vroeg of Iaat een functionele afdruk achterlaten op het lichaam. Deze afdruk is terug te vinden in het:

  • Pariëtaal aspect: het bewegingsapparaat
  • Visceraal aspect: de organen
  • Cranio-sacraal aspect: de schedel en wervelkolom

De afdruk vertaalt zich, voor de osteopaat in een mobiliteitsdeficit in kwaliteit en/of kwantiteit van alIe betrokken weefsels: een osteopathische disfunctie. leder mens heeft zijn individuele afdruk van verschillende stimuli, deze afdruk kan zich uitdrukken in klachten en symptomen.

De osteopaat diagnosticeert het mobiliteitsdeficit in het parietale, viscerale en crania-sacrale aspect en richt zijn therapie op het herstel van de mobiliteit en daarmee het herstel van het evenwichtssysteem en het zelfregulerende en zelfgenezende vermogen van het lichaam.

Hierbij moet nogmaals de interrelatie en de interreactie (afhankelijkheid) van alIe anatomische en fysiologische systemen onderling benadrukt worden.

Door deze principes kan de osteopaat in zijn diagnose een duidelijk onderscheid maken tussen primaire, secundaire, adaptieve en andere osteopathische disfuncties. Op deze manier kan de osteopaat een specifieke en individueel gerichte behandeling programmeren.

Het opzoeken van de veranderingen in het delicate evenwicht van onze verschillende lichaamssystemen, het behoud of het herstellen ervan, vormt het belangrijkste werkterrein van de osteopaat.

Het bijzondere is, dat de osteopatische geneeskunde gebruik maakt van een therapie, die een herstel van mobiliteitsdeficit en harmonie van bewegingen van alle anatomische structuren nastreeft.

De Osteopathie helpt het organisme bij zijn strijd tegen ziek zijn, via zachte, niet agressieve technieken.